Reading File 3 A Kiss Before Dying
Hoe zit een Reading File in elkaar?
Elke Reading File bestaat uit
twee delen:
A. het boek
Bij elk hoofdstuk uit het boek staat een aantal vragen en opdrachten. Tijdens het lezen van het hoofdstuk dien je de vragen te beantwoorden en de opdrachten uit te werken. Er zijn ook algemene vragen die je voor of na het lezen van het boek kunt beantwoorden
B. het verslag
In het tweede gedeelte gaat het om je eigen beleving van het boek, wat je van het boek vond. Er wordt niet zomaar om je oordeel gevraagd; door de vragen van dit gedeelte te beantwoorden ontstaat je persoonlijke verslag.
![]()
Algemene vragen en
opdrachten
Deze vragen en opdrachten kun je nu doen, maar ook als je met de andere vragen en opdrachten klaar bent.
1. Noteer de schrijver van deze roman.
2. Probeer
wat autobiografische gegevens over de schrijver te vinden, die verband houden
met dit boek.
3. Wanneer is de roman gepubliceerd?
4. In welke land speelt het verhaal zich af?
5. Hoe lang duurt het verhaal?
6. Verklaar de titel van het verhaal.
7. Tot welk genre behoort dit boek?
8. Wat is het thema van dit boek, of met andere woorden: welke 'boodschap' heeft de auteur voor zijn lezers?
In deel I maak je kennis met twee hoofdpersonen uit het boek.
Lees deel I, hoofdstukken 1 t/m 4
9. Welke titel heeft deel I?
10. Dorothy blijkt zwanger te zijn. hoe kijken beide hoofdpersonen tegen dit probleem aan?
11. Wat lijkt de beste oplossing voor dit probleem?
12. Wat kun je zeggen over de achtergrond van beide hoofdpersonen?
13. Is deze relatie gebaseerd op liefde? Verklaar je antwoord.
14. Wat is de reactie van Dorothy als blijkt dat de oplossing niet heeft geholpen?
15. Wat is de reactie van de mannelijke hoofdpersoon als blijkt dat de oplossing niet heeft geholpen? Hoe denkt hij het probleem nu op te kunnen lossen?
16. Welke achtereenvolgende stappen onderneemt de mannelijke hoofdpersoon om het probleem uit de wereld te helpen?
17. Op een gegeven moment kiest de mannelijke hoofdpersoon een nummer uit de juke-box. Welk nummer is dit en waarom juist dit nummer?
18. Is Dorothy eerlijk tegenover de mannelijke hoofdpersoon als ze in hoofdstuk 9 de klas binnen komt? Verklaar je antwoord.
Lees Deel I,
hoofdstukken 10 t/m 15
19. De mannelijke hoofdpersoon ziet zijn plan in duigen vallen. Hoe ziet zijn volgende plan eruit?
20. Is hij zenuwachtig? Waaruit maak je dat op?
21. Wat is er zo ironisch bij de ‘basebal pep rally’?
22. Welk gevoel krijg je als je deel I, hoofdstuk 15 leest?
Lees Deel II,
hoofdstuk 1
23. Welke titel heeft deel II en in welke verhouding staat deze titel tot de titel van deel I?
24. Waarom is de groene ceinture die Dorothy van Annabelle Koch had geleend zo belangrijk?
25. Wat schrijft Ellen in het kort aan Bud Corliss en wat is haar conclusie?
26. Wat is de reden van Ellen’s reis naar Blue River?
27. In deel II, hoofdstuk 3 ontmoet Ellen Gordon Gant, een van de verdachten. Wat is er zo bijzonder aan deze ontmoeting?
28. In deel II, hoofdstuk 5 heeft Ellen een ontmoeting met Dwight Powell, de andere verdachte. Geef twee voorbeelden waaruit je kunt afleiden dat Ellen Dwight als schuldige ziet.
29. Je hebt nu het boek tot zo ver gelezen. Wie denk jij dat de schuldige is?
30. Op wat voor manier kan Dwight Powell in verband worden gebracht met Dorothy Kingship?
31. Hoe voelde Dwight Powell zich nadat Dorothy zelfmoord had gepleegd? Citeer één passage waaruit zijn gevoel duidelijk naar voren komt.
32. Wat gebeurt er als Dwight zijn kamer binnenkomt om zijn notebook te zoeken?
33. Ellen twijfelt ten zeerste aan Dwight’s schuld. Vooral wanneer Bud de verkeerde kant op rijdt. Wat gebeurt er met Ellen?
34. Wat is Bud’s volgende plan? Hoe wil hij dit aan gaan pakken?
35. Wat kun je vertellen over de relatie tussen Marion en Bud in het begin van deel III.
36. Hoe denkt Marion’s vader, Leo Kingship, over Bud?
37. Hoe anders is Leo Kingship’s kado in vergelijking met andere jaren?
38. Hoe probeert Bud in het leven van Marion een vast plaatsje te veroveren. Geef voorbeelden.
39. De rol van Gordon Gant wordt nu ineens duidelijk. Wat is zijn rol in dit verhaal en welke reden heeft hij om dit te doen?
40. Gordon heeft een theorie die hij probeert uit te leggen aan Leo Kingship. Welke?
41. Hoe reageert Marion op de bewijzen als deze door Gant en Kingship aan haar worden voorgelegd?
42. Behalve veel geld ‘verdienen’, wil Bud ook nog iets anders ‘verdienen’. Wat?
43. Hoe komt Marion te weten dat Bud Corliss alles van te voren had gepland?
44. Hoe voelt Bud zich voorafgaand aan het bezoek aan de kopermijnen? Citeer.
45. Wanneer Bud wordt ontmaskerd voelt hij alles onder zijn handen en voeten wegglijden. Hoe voelt hij zich nu?
46. Hoe komt Bud Corliss aan zijn eind? Waarom gaven ze Bud niet eerder aan?
De antwoorden en uitwerkingen van al deze vragen en opdrachten vormen samen een boekverslag. Je gaat nu een persoonlijk verslag schrijven met behulp van de vragen hieronder. Het gaat vooral om je persoonlijke ervaringen tijdens het lezen en je eigen oordeel over het verhaal.
B. het verslag
47. Vertel waarom je het verhaal al of niet moeilijk vond en gebruik daarbij één of meer van onderstaande redenen:
- er komen veel / weinig moeilijke woorden in voor
- de schrijver gebruikt lange, ingewikkelde / korte eenvoudige zinnen
- er komen veel / weinig personen in voor
- het Engels van de schrijver is anders dan / hetzelfde als het Engels wat je op school hebt geleerd
- er komen in het verhaal veel / weinig namen en begrippen voor die je niet kent
- je weet genoeg / te weinig van de historische/sociale achtergrond van het verhaal
- je moet veel / weinig tussen de regels door lezen
- de schrijver vertelt het verhaal wel / niet in chronologische volgorde
- de schrijver weidt nogal eens / weinig uit
48.
a. Wat vind je van de schrijfstijl van de schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: zakelijk, afstandelijk, objectief, subjectief, hoogdravend, sentimenteel, satirisch, ironisch, .........
b. Wat vind je van de verteltrant van de schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: spannend, meeslepend, boeiend, saai, langdradig, onsamenhangend, ..........
49. Vind je dat de titel van het verhaal een kemachtige weergave van de inhoud en het thema is?
- Ja, want ..........
- Nee, want ..........
50. Welke gevoelens heeft de hoofdpersoon, Bud, bij je opgeroepen tijdens het lezen? Maak bij je antwoord gebruik van één of meer van de volgende woorden:
- begrip, sympathie, bewondering, respekt, gemengde gevoelens, medelijden, irntatie, atkeuring, verachting, walging, ...........
- Probeer bij jezelf na te gaan waarom je dat voelde.
51. Beschrijf het karakter van de hoofdpersoon. Gebruik bij de beantwoording één of meer van de volgende woorden:
- gesloten/openhartig, zelfverzekerd/onzeker, introvert (= in zichzelf gekeerd)/extrovert (= op de wereld gericht), eerlijk/niet altijd eerlijk, rustig/ongedurig, moeilijk/flexibel, ..........
52. Zou je je met Bud kunnen vereenzelvigen? Probeer eens uit te leggen waarom wel of juist niet.
53. Welke persoon in het verhaal vond je het meest symphatiek? Verklaar waarom.
54. Wat vind je van het einde van het verhaal? Zou je liever een ander einde hebben bedacht? Waarom wel/niet?
55. Een klasgenoot wil dit boek gaan lezen. Schrijf een positief of negatief advies van ongeveer 25 woorden.
56. Zou je nog wel eens een andere roman van deze schrijver willen lezen? Licht je antwoord kort toe.
Voeg nu je boekverslag en je persoonlijke verslag bij elkaar en je hebt een compleet boekverslag.